Inhoudsopgave:
- Phake Intraoculaire Lensimplantatie (phakic-IOL, PIOL)
- Artisan - Artiflex kunslenzen (iris-gefixeerde lens)
- Intra-oculaire contactlens / implantable contactlens (ICL)
- Conductieve keratoplastiek (CK)

Pkake Intra-oculaire Lensimplantatie (phakic-IOL of PIOL genoemd)
Bij een Phake Intra-Oculaire lens implantatie (Phakic IOL of PIOL genoemd) wordt een kunstlens in het oog geimplanteerd vóór de eigen ooglens. De eigen ooglens is helder, wordt niet verwijderd (phakie genoemd) en is nog in staat om te accommoderen. Deze accommodatie is nodig om te kunnen lezen zonder bril. Het accommodatievermogen neemt af tijdens de middelbare leeftijd. Patiënten tussen 21 en 45 jaar zijn derhalve het meest geschikt voor een phakic-IOL.
In het algemeen wordt na de implantatie van een phakic-IOL bij 90% van de mensen een restafwijking (brilsterkte) gemeten die binnen de 1D valt.
Phakic-IOL is vooral geschikt voor middelzware tot zware bij- en verziendheid (van -6D tot -20D en van +2D tot +15D). Bij deze techniek wordt een extra lens permanent in het oog geïmplanteerd. Deze lens hoeft niet na een bepaalde tijd te worden vervangen. De kunstlens kan worden geplaatst vóór of achter het regenboogvlies. Voorbeelden zijn:
1) Artisan-Artiflex kunstlens (iris-gefixeerde lenzen): zie aparte folder → lees verder
2) ICL (Intra-oculaire Contact Lenzen of Implanteerbare Contact Lens: ICL):
Dit is een soort contactlens in het voorste deel van het oog. De lens wordt achter het regenboogvlies maar vóór de natuurlijke ooglens geplaatst.

Tekening: de rand van de lens bevindt zich in de plooi (sulcus) van het straalvormig lichaam (corpus ciliare)
De ICL wordt vervaardigd van collageen-acrylaat en is heel dun en flexibel (firma STAAR). De lens wordt opgerold in het oog ingebracht, door een klein sneetje van 2.5-3 mm en vervolgens achter de pupil geplaatst in de daar nature aanwezige ruimte. Het sneetje hoeft niet te worden gehecht.
De lens wordt geimplanteerd bij een myopie tussen de ongeveer -8 en -20 D. Ook is een ICL beschikbaar in een torische vorm (toric-ICL genoemd), dwz om astigmatisme te corrigeren (cylinder < 2.5 D).
Risico's
Mogelijk latere complicaties zijn de ontwikkeling van glaucoom en cataract (staar). De lens kan bijziendheid, verziendheid en een cylinder (torisch) corrigeren. De lens zet zich vast in de plooien van het straalvormig lichaam (corpus ciliare), dwz 'sulcus-gefixeerd'. De grootte van de benodigde ICL is niet altijd eenvoudig te bepalen. De afstand van sulcus tot sulcus is moeilijk te bepalen. De diameter van het hoornvlies (white-to-white) dient als referentie maar dit komt niet altijd overeen met de diameters van de sulcus-to-sulcus.
De ruimte tussen de contactlens en de eigen ooglens ('vaulting') is afhankelijk van de grootte van de geplaatste contactlens en moet voldoende zijn om de kans op complicaties te verminderen. Hiervoor is het nodig dat de afstand van de eigen ooglens tot de contactlens voldoende is. Bij te weinig ruimte kan de contactlens tegen de eigen ooglens komen waardoor eerder staar kan ontstaan (kans ongeveer 6-10%, meer kans bij ouderen en hoge bijzienden). Bij teveel ruimte kan er glaucoom en pigmentdispersie ontstaan (kans is ongeveer 2-4%).
De kans op schade van het binnenste laagje van het hoornvlies (endotheel genoemd), is kleiner dan bij de Artisan kunstlens (dit is een lens die vóór het regenboogvlies wordt geïmplanteerd), ongeveer een verlies van 7-9% in 3 jaar tijd.
Resultaten
De langere termijn resultaten zijn nog niet geheel bekend. Globaal gaat 60% van de mensen 100% zien zonder brilcorrectie, 90% van de mensen ziet meer dan 50%. De refractie (brilsterkte) is wel stabiel en de visuswinst is goed. De kunstlens is te verwijderen indien de resultaten onvoldoende zijn.
Deze lensimplantatie is minder populair dan de Artisan / Artiflex implantatie (een kunstlens voor het regenboogvlies).
CK: conductieve keratoplasty
Conductieve keratoplastiek is een relatief nieuwe methode in de refractiechirurgie. Bij de CK-techniek wordt de vorm van het hoornvlies van het oog veranderd d.m.v. speciale radiogolven (warmtegolven), i.p.v. een laser of een mes. Door deze verandering van het hoornvlies wordt het hoornvlies iets boller en daardoor geschikt gemaakt om dichtbij goed te kunnen zien (het brekend vermogen van het oog neemt toe). Beginnende ouderdomsverzienheid kan hiermee worden behandeld.
De visus (gezichtsvermogen) op afstand wordt dan wel minder. Omdat men maar 1 oog behandelt, stoort dit niet. Het eindresultaat is dat het dominante, onbehandelde oog op afstand goed kan zien en het met CK-behandelde oog gebruikt wordt voor het lezen. Dit wordt "monovision" genoemd (uitleg: zie hieronder).
Doelgroep:
- Patiënten met een geringe verziendheid (hypermetropie). De behandeling is niet geschikt voor mensen met myopie (bijziendheid).
- Behandeling van ouderdomsverziendheid (presbyopie genoemd). Bij patiënten op middelbare leeftijd neemt het accommodatievermogen van de eigen ooglens af waardoor men een leesbril nodig heeft. De CK-behandeling is geschikt om de ouderdomsverziendheid (presbyopie) te corrigeren, d.w.z. voor mensen die geen leesbril willen dragen (voor uitleg, zie folder "accommodatie en presbyopie").
Met de CK behandeling wordt monovision bereikt, dwz het ene oog wordt gebruikt voor veraf kijken, terwijl het andere oog wordt gebruikt voor dichtbij kijken (voor nadere uitleg, zie hierna).
Omdat ouderdomsverziendheid met het vorderen van de leeftijd toeneemt, is herhaling van de CK-behandeling na jaren soms noodzakelijk.
Methode / behandeling
Het oog wordt verdoofd met druppels, de operatie zelf is daardoor pijnloos. De techniek wodt verricht dmv radiogolven. In de randen van het hoornvlies wordt met een klein contactpuntje enkele radiogolven aangebracht wat een plaatselijke krimpreactie in het bindweefsel veroorzaakt. Deze locale contactpuntjes worden op 8 verschillende plaatsen rondom aangebracht. Afhankelijk van het gewenste effect worden 16 of 24 puntjes gezet. De afstand van de puntjes bedraagt 6 mm (lichtbaluw), 7 mm (rood) of 8 mm (geel).

De bolling van het centrum van het hoornvlies neemt toe (meer bijziend). Door deze verandering van het hoornvlies wordt het hoornvlies iets boller en daardoor geschikt gemaakt om dichtbij goed te kunnen zien (het brekend vermogen van het oog neemt toe). Het zien voor dichtbij wordt beter, die van veraf wordt minder.
De CK-behandeling wordt slechts op 1 oog toegepast.
Nadelen van de behandeling kunnen zijn: ontstaan van astigmatisme (cylindervorm), vermindering van het effect in de loop der tijd (echter ook bij andere behandelingen mogelijk). In het begin dat de CK gebruikt werd, zag men vaak een teruggang van de sterkte. Recente studies laten zien dat de resultaten stabieler zijn (tot 3 jaar beschreven) waardoor deze methode steeds meer gehanteerd wordt
Voordelen kunnen zijn: men kan de behandeling herhalen, veilig, stabiel resultaat (tot 3 jr bekend).
Wanneer CK
CK is niet geschikt voor iedereen. Er moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:
- ouder van 40 jaar
- u heeft een goed gezichtsvermogen
- het zicht is de laatste tijd niet achteruit gegaan
- u heeft een leesbril nodig
- u heeft geen andere refractieve ingrepen ondergaan
- u heeft geen oogheelkundige afwijkingen / ziekten
ad. Monovision (algemene tekst, niet speciaal bedoeld voor de CK)
Bij mensen na het 42e levensjaar gaat het accommodatievermogen langzaam achteruit (presbyopie genoemd). Men gaat dan een leesbril nodig hebben. Na refractiechirurgie of een staaroperatie kan men ernaar streven om beide ogen op "nul" te laten uitkomen, dwz dat men op afstand dan geen bril meer nodig heeft. Echter, door het verlies van de accommodatie bij het ouder worden, heeft men wel een leesbril nodig. Bij een staaroperatie bestaat tegenwoordig wel de mogelijkheid om een multifocale kunstlens te implanteren (zie folder over ReSTOR).
Monovision is een manier om de presbyopie, of het verlies van accommodatie, te compenseren door het afwisselend scherp kijken met één van de ogen.
Het éne (meestal dominante) oog wordt zodanig gecorrigeerd dat het géén brilsterkte nodig heeft voor het veraf zien (dit oog kijkt scherp in de verte).
Het andere (niet-dominante) oog heeft dan de sterkte om juist dichtbij scherp te kunnen zien (meestal tussen de -1 en -2.5 dioptie)
Het ene, dominante, oog ziet dus scherp op afstand, maar wazig dichtbij. Het andere oog ziet scherp dichtbij, maar wazig veraf.
Monovision kan van nature al aanwezig zijn maar kan ook een behandelingstrategie zijn om de presbyopie te compenseren. Monovisie herstelt niet het accommodatievermogen maar compenseert het verlies ervan. Afhankelijk van de brilsterkte kunnen 1 of beide ogen op de juiste sterkte gecorrigeerd worden dmv refractiechirurgie.
Deze strategie zorgt echter wel voor een anisometropie (verschil in brilsterkte tussen beide ogen) waardoor de binoculaire visus (gezichtsvermogen met beide ogen kijkend) en het dieptezien verminderd zijn. Patiënten die een goed gezichtsvermogen op afstand nodig hebben, zijn dan ook geen goede kandidaten voor monovisie.
Methoden van refactiechirurgie om monovison te bereiken kunnen zijn (zie bij behorende folders):
- laserbehandeling van het hoornvlies (LASIK, PRK, LASEK) → zie folder
- CK (conductive keratoplastiek) → zie deze folder
- phakic intraoculaire lenzen (phakic-IOL) → zie folder
Dit is een folder van www.oogartsen.nl , copyright